Geschiedenis - L.D.G. Soixante-neuf

Geschiedenis

Donderdag 5 november 1992 was een bewolkte, een beetje regenachtige en wat grijze dag. Regeringspartijen PvdA en CDA hadden weer eens ruzie over de WAO. De PvdA leek een nieuwe weg in te slaan toen de partij opriep tot harde maatregelen tegen in ons land verblijvende illegalen. In de Verenigde Staten versloeg Bill Clinton zijn tegenstanders George Bush en Ross Perot in de presidentsverkiezingen. In Leiden werd op een studentenkamer in de Steenstraat een dispuut opgericht dat in de jaren daarna een enorme impact zou hebben op de Leidse studentenvereniging SSR.


Periode 1992 - 1997: Oprichting en Verkenning


Het Leidsch Dispuuts Genot Soixante-neuf werd op donderdag 5 november 1992 opgericht door een vijftiental eerstejaars. Op 14 december van hetzelfde jaar volgde de officiële erkenning van Soixante-neuf als "SSR-dispuut". Het eerste jaar was rommelig en het dispuut had veel te lijden onder diverse kinderziekten. Veel meer dan een bezoek aan het seksmuseum in Amsterdam en een weekendje naar Texel werd er niet georganiseerd. Ondanks de rommelige start voorzag het LDG de Vereniging echter al direct van een haute-nouveauté: voor het eerst in de geschiedenis van SSR had een dispuut het (onzalige) plan opgevat om dispuutskleding aan te schaffen. Hoewel de dispuutskleding beperkt bleef tot paarse T-shirts was de toon gezet. Het dispuut zou in de jaren die volgden haar stempel zeer stevig drukken op de ontwikkeling van SSR als vereniging.

Twee jaar na haar oprichting (en tien sjaarzen rijker) nam Soixante-neuf een van de belangrijkste en meest invloedrijke beslissingen uit haar geschiedenis: er werden dispuutsjasjes aangeschaft. De opvallende jasjes (blauw met gele letters) met een in het oog springende naam plaatsten het LDG definitief op de kaart van studentikoos Leiden, maar veroorzaakten tevens grote schaamte en beroering op de Vereniging. Voor het links-georiënteerde SSR was het fenomeen dispuutsjasjes een symbool van overmatige studentikoosheid en ongewenste verrechtsing. De ontwikkelingen werden met argusogen gadegeslagen en Soixante-neuf werd door de Vereniging het liefst in het verdomhoekje gedrukt. Serieuze en minder serieuze kritiek volgde. Anoniem verscheen er zelfs een schorsingsvoorstel in het verenigingsblad tegen alle leden van het Dispuutsgenot. Ook een tekening waarin het LDG vergeleken werd met de Ku Klux Klan en een gedicht over een "rondwarend beest" verscheen in het Colloquium. Hiervan is hieronder een fragment gegeven:

 Dus hou je wel van arrogante bluf
En wil je lijken op een corpsstudent
Is je gevoel voor stijl slechts voorgewend
Dan is jouw eindbestemming Soixante-neuf
(fragment uit "Lelijke jassen" van Rob Prins, voorjaar 1995)

Twee jaar later, aan het einde van 1996, leverden de dispuutsjasjes nog maar weinig discussie op. Slechts wat oudere leden bleven zich verzetten tegen deze vorm van "verrechtsing" op SSR. De leden van Soixante-neuf lieten zich dan ook niet van de wijs brengen door de anti-Soixante-neuf houding die was ontstaan. Elk jaar werd het dispuut luidruchtiger en kregen kreten als "Soixante-neuf, Clubje 1!" en "Altijd rechtsaf!" hun intrede. Inmiddels uitgegroeid tot zo'n vijfendertig leden, vierde het dispuut in 1997 haar eerste lustrum. Onder het motto decadent vond er in maart 1997 een Lustrumfeest plaats met de Nederlandse versie van Take That en vertrok het LDG in juli 1997 voor een Lustrumreis naar Turkije. (Voor het eerst in de geschiedenis van SSR toog een dispuut af naar een bestemming buiten Europa!) De kledinglijn werd uitgebreid met een rugbyshirt en een lustrumjas en op 5 november 1997 verscheen de rood-fluwelen Lustrumalmanak. Op het eerste hoogtepunt van haar bestaan stond Soixante-neuf op SSR, en zelfs daarbuiten, bekend als studentikoos, behoudend-rechts en een klef maar populair, hecht, leuk, actief en vooral strak georganiseerd dispuut. Haar populariteit bleef, ondanks alle kritiek, ongekend.

▼ Lees meer..



Periode 1997 - 2002: Consolidatie en Controle


In 1998 ontstond de (dringende) behoefte aan een grote, nieuwe lichting eerstejaars die het stokje zouden overnemen van de nog immer actieve oprichters. Ondanks het feit dat het dispuut inmiddels al ruim vijf jaren oud was, werd de koers van het dispuut namelijk nog grotendeels bepaald door een aantal van de oprichters van het Dispuutsgenot, hand in hand met enkele protégés die hun adviezen naadloos overnamen. (Een situatie die vergelijkbaar is met de relatie tussen de Comintern en het partijbestuur van de Sovjet-Unie in die tijd, en dat ging ook prima!) Hierover ontstonden echter ook discussies. Moest de oude garde zich niet terughoudender opstellen? Ondanks het feit dat Soixante-neuf de vele activiteiten die werden georganiseerd juist te danken had aan diezelfde oude garde, groeide de behoefte aan verjonging.

Als geroepen kwam dan ook de pretentieuze lichting van 1998 aan op SSR. Maar liefst elf aanmeldingen zorgden voor het gewenste nieuwe bloed. Deze jonge honden kwamen echter niet om aan de wensen van de "oude lullen" tegemoet te komen. Een van de nieuwe leden riep zelfs kort na zijn inauguratie de ouderejaars leden op plaats te maken voor het nieuwe bloed. Bedoeld of onbedoeld leidde deze oproep tot een lichte scheuring in het dispuut. De nieuwe lichting vond minder goed haar plaats in de grote groep ouderejaars dan de lichtingen ervoor. Dit leidde niet alleen tot een beginnende kloof tussen oud en jong, zoals die bij oudere SSR-disputen vaker te zien is, maar ook tot een verdeeldheid onder "jong" en "oud". Dit schisma was echter niet allesoverheersend: in de praktijk bleken oud en jong het prima met elkaar te kunnen vinden, getuige ook de grote groep mensen die meeging op de tweede Soixante-neuf vakantie. Hoewel het geen lustrumjaar was toog het het dispuut (jong én oud) in de zomer van 1999 toch af naar de Tsjechische Bohemen. De angst van de ouderejaars of het dispuut, onder invloed van de grote nieuwe lichting met een geheel eigen identiteit, haar unieke karakter zou behouden bleek gelukkig onterecht. Het dispuut werd gevormd door de nieuwe leden, maar de nieuwe leden werden net zo hard gevormd door het dispuut.

Naar buiten toe behield het LDG haar naam en veroverde ze in 2000 de eerste plaats in de eerste SSR-disputencontest. Ook vertrok een twintigtal leden naar Toscane voor een zomerse vakantie. Een nieuw, fris en ambitieus Collegium had het roer overgenomen en er werd een nieuwe kledinglijn geïntroduceerd: dassen met een eigen logo deden, na jarenlange pogingen, eindelijk hun intrede. Niet alleen was het dispuut op het hoogtepunt van haar succes; het LDG bevond zich bovendien op het hoogtepunt van haar macht. In het jaar 2001 - 2002 leverde Soixante-neuf de voorzitters (maar ook de penningmeesters) van alle stichtingen van SSR en de Vereniging zelf. Aldus werd het motorkapoverleg opgericht: eens in de zoveel tijd kwamen de voorzitters, onder leiding van de Praeses Collegii, bijeen om de koers van de Vereniging te bepalen, te verdelen en te heersen. Soixante-neuf bepaalde de toon, de rest van de Vereniging danste. 

Ondanks het weergaloze succes van het dispuut kwam er in het jaar 2002 een ernstig probleem aan het licht: Soixante-neuf verjongde nauwelijks. De aanmeldingen bestonden al enkele jaren voornamelijk uit ouderejaars. Eerstejaars voelden zich, voornamelijk door de beperkte profilering van de dispuutsleden op de gewone verenigingsavonden, niet thuis bij de groep arrogante, brallende studenten die het L.D.G. Soixante-neuf vormden. Tegelijkertijd was er vanuit het dispuut ook weinig behoefte aan nieuwe aanwas. Soixante-neuf was hecht maar ook intolerant, arrogant en buitengewoon ontoegankelijk. Het aantal aanmeldingen was dit jaar dan ook beperkt en bestond, opnieuw, voornamelijk uit ouderejaars. De problemen leidden tot wat minder positieve speculaties over het voortbestaan Soixante-neuf als SSR-dispuut: de leden van het Dispuutsgenot zagen elkaar primair als vrienden en als je al dertig goede vrienden hebt, waarom zou je dan op zoek gaan naar de eenendertigste? Er werd dan ook gesproken over het opheffen van het dispuut om verder te gaan als "vriendengroep".

▼ Lees meer..



Periode 2002 - 2007: Crisis en Hervinding


Naast de discussie over de toekomst van het dispuut, laaide er, aan het eind van het jaar 2001 - 2002, binnen het LDG ook een discussie op over het "imagoprobleem" van Soixante-neuf. Het LDG zou niet langer het "baken van rechts en corporaal gedachtegoed" op SSR zijn. SSR had, ongetwijfeld onder de invloed van Soixante-neuf, een grote stap naar rechts gemaakt en het dispuut leek haar spraakmakende en onderscheidende rol min of meer te zijn kwijtgeraakt. Na verhitte discussies en twee lange vergadering werd een beslissing genomen die de Vereniging opnieuw op haar achterste benen zou laten staan. De KMT zou stevig worden aangeschroefd: tijdens het weekend zou er, voor het eerst in de geschiedenis van SSR, een zware ontgroening plaatsvinden. Aldus geschiedde. Het net gewisselde Collegium, met daarin opgenomen een Assessor Lustrum, verzorgde het weekendprogramma. Hoewel de ontgroening, voor hedendaagse begrippen, weinig voorstelde was het weekend toch grootsch! Maar liefst 35 leden namen deel aan dit prachtige weekend in Ghietmen.

Hierna barstte het tweede Lustrumjaar van het LDG in alle hevigheid los. Het lustrumjaar was geiler, strakker, duurder, decadenter en pretentieuzer dan alles wat eerder was vertoond op SSR. Zo vertrok het LDG voor een Lustrumvakantie naar Mexico en bracht het dispuut een nieuwe fotoalmanak uit. In de zomer was er bovendien de lustrumactiviteit waar op heel SSR en ver daarbuiten al maanden reikhalzend naar uitgekeken werd: het Lustrumgala in Zuid-Limburg. Kosten noch moeite werden gespaard. Een kasteel werd afgehuurd, drank werd afgekocht en met praktisch alle leden en reünisten en veel externe dates werd een gala neergezet dat qua geilheid door niets werd geëvenaard. De talloze activiteiten en initiatieven lieten zien dat Soixante-neuf zich met recht de titel "Clubje 1" had toegeëigend.

Ondanks het enorme succes van het Lustrum werd, in de marge, de bestaansdiscussie steeds openlijker gevoerd. Er waren duidelijke stemmen voor het opheffen van het dispuut in haar hoedanigheid als SSR-dispuut, om verder te gaan als vriendengroep. Men was tevreden over de samenstelling van het dispuut en de activiteiten die (veelal buiten de Vereniging) werden georganiseerd, en waar had men SSR dan nog voor nodig? Bijna ging het LDG ten onder aan haar eigen arrogantie. Na een lange vergadering werd uiteindelijk besloten toch als dispuut te blijven bestaan. Toch bleef het sluimerende gevoel van gebrek aan verjonging een bron van grote zorgen; hoewel het dispuut een hecht geheel was, had het een actieve kern van boven de 22 jaar oud. Bovendien organiseerde het dispuut, daar de leden als dispuut weinig meer te zoeken had op SSR (veel leden waren al enige tijd geen lid meer bij SSR), voornamelijk activiteiten buiten de Vereniging. Hoewel zich rond de IK-week twee eerstejaars aanmeldden, die natuurlijk snel werden ingestemd, bleek de motivatie om in de NC-UIT weer eerstejaars te gaan werven werkelijk tot een dieptepunt gezakt. Desalniettemin lieten het oude en het nieuwe Collegium zich in de NC-UIT van 2003 niet ontmoedigen. Wederom weinig eerstejaars zou namelijk het einde van Soixante-neuf op SSR betekenen.

Kenmerkend voor de historie van het LDG zijn de plotselinge momenten van grote instroom van nieuwe leden, juist op het moment dat het dispuut benauwd wordt over haar voortbestaan. Het tij keerde zich ook deze keer op wonderbaarlijke wijze: maar liefst elf nieuwe leden konden in november begroet worden. Dit stelde het dispuut voor een hele nieuwe vraag: wordt de dispuutsidentiteit door een dusdanige groep eerstejaars niet verstoord? Het nieuw aangetreden Collegium, op z'n minst controversieel te noemen met een oud-Augustijn aan het roer, was echter voornemens de KMT van een straffer jasje te voorzien, opdat het dispuutsgevoel er tijdens de KMT voldoende werd ingehamerd. De aanzienlijke KMT-verzwaring leidde intern, voornamelijk bij de oudere Leden, tot heftige discussies. Soixante-neuf bleef natuurlijk een dispuut van SSR en de vraag rees hoe ver het dispuut van de toenmalige SSR-mentaliteit kon afwijken. Alle kritiek ten spijt, het Collegium zette door en de KMT werd op een Waddeneiland (ze konden écht niet weg) gehouden. Dit weekend mag als markeringspunt de boeken ingaan; het was een fysiek afscheid van veel actieve ouderejaars en van de huis-, tuin- en keukenactiviteiten van het LDG. De enthousiaste nieuwe leden begonnen aan hun lidmaatschap en zouden op de "thuisbasis" SSR het roer van Soixante-neuf snel in handen nemen. De plotselinge afwezigheid van een grote groep ouderejaars zorgde echter wel voor de nodige opstartproblemen. De actieve kern was nog maar klein en ontbeerde veelal nog het "Soixante-neuf gevoel". Alles werd dan ook in het werk gesteld om dit gevoel in de nieuwe lichtingen wakker te maken. Deze aanpak bleek effectief: na de KMT van 2003 - 2004 zag het dispuut zichzelf vanaf 2004 steeds vaker terug op SSR. De nieuwe generatie kreeg duidelijk in toenemende mate schik in het dispuut en begon dezelfde arrogantie te vertonen als de vorige generatie eerder had gedaan. Ze domineerde de dinsdagavond op SSR. Het Collegium wist, door vele laagdrempelige activiteiten te organiseren, bovendien ook weer meer ouderejaars aan zich te binden wat in een hernieuwde hechtheid binnen en buiten de Vereniging resulteerde. "Verantwoordelijke en capabele mensen, dat zijn Soixante-neufers!" zo werd gezegd met een blik op de successen in het verleden en de verwachtingen voor de toekomst.

De hoop op een grote nieuwe lichting was in 2005 groot en terecht. Door agressieve profilering in de kampweek en de uitloopweken, kon Soixante-neuf in november 2005 een uitzonderlijk grote nieuwe lichting verwelkomen. De KMT werd wederom verzwaard maar verliep desalniettemin wonderbaarlijk soepel. In het weekend van januari 2006 konden dan ook een groot aantal nieuwe, enthousiaste Soixante-neufleden geinaugureerd worden. De dinsdagborrel volgend op het weekend mag als een historische bijeenkomst de boeken in. Een derde van de kelderbar zag rood/blauw en de overige disputen keken met angst en afgunst naar de grote schare Soixante-neufleden die zich voortaan elke dinsdag op de sociëteit zou verzamelen. De dinsdagavond veranderde, ongetwijfeld vanwege de grote Soixante-neuf invloeden, van aard. Daar waar over het algemeen de Vereniging zich kenmerkte door gemoedelijkheid op de borrelvloer, een incidentele bralsessie zo nu en dan, ontstond er dit collegejaar een trend die Soixante-neuf niet onbevallig overkwam: de dinsdagavond op SSR werd een garantie voor een nat pak en een schorre keel. Wekelijks ontspinden zich zooipartijen om de beperkte hoeveelheid borreltafels. Kortom, het was een atmosfeer waarin het dispuut zich meer dan thuis voelde.

De EL CID week van 2006 zou voor SSR een ongekende week worden. SSR, van de vijf gezelligheidverenigingen de op een na kleinste, haalde de laatste tien jaar gemiddeld 100 tot 120 leden binnen. In 2006 werd de Vereniging echter op brute wijze wakker geschud. Het concept “weinig verplichtingen, maar vele mogelijkheden” leek zich uit te betalen. SSR haalde maar liefst ruim 170 nieuwe leden binnen. Wat te doen met 170 nieuwe leden? Het beantwoorden van deze vraag werd de verantwoordelijkheid van de Praeses Vereniging en de Assessor Intern van SSR, beide functies die na een korte interruptie weer in vertrouwde Soixante-neuf handen terecht gekomen waren. Ook het dispuut stond voor de vraag "hoeveel nieuwe leden kunnen wij eigenlijk aan?" Het lag voor de hand dat het LDG, met een grote actieve kern, vele nieuwe leden zou aantrekken. Gekozen werd voor het buitengewoon duidelijk neerzetten van de aard van het dispuut. Een aanmelding zou 130% gemotiveerd moeten zijn. Desalniettemin werd het recordaantal leden van het voorgaande jaar ruimschoots overtroffen. Soixante-neuf groeide, tot afgunst van de Vereniging, al snel uit tot een van de grootste disputen van SSR.

▼ Lees meer..



Periode 2007 - 2012: Stabilisatie en Ontplooiing


Met een groot actief kader, een buitengewoon grote hoeveelheid nieuwe aanmeldingen en de macht op de Vereniging weer stevig in handen van dispuutsleden, werd op 5 november 2006 het derde lustrumjaar ingeluid. Het Collegium werd opnieuw uitgebreid met een Assessor Lustrum en de plannen voor het volgende jaar werden geconcretiseerd. Na de KMT-periode, door alle aspirant leden met verve doorstaan, was het zaak de nieuwe leden zo snel mogelijk op te nemen in de dispuutsstructuren, zonder dat er teveel sprake zou zijn van een (jaar)groep binnen het dispuut. Dit bleek geen probleem: het Lustrumjaar voorzag in een complete feestweek in april, het LHG S.M. organiseerde een prachtig weekend in maart, en het dispuut organiseerde, in samenwerking met het dispuut Kink I.D. het eerste SSR togafeest. Als klap op de vuurpijl volgde later in het jaar een Lustrumreis naar Thailand. Het LDG beleefde haar tweede Gouden Eeuw.

De twee jaren die volgden op het derde Lustrum werden gekenmerkt door een plotselinge mentaliteitsverandering op SSR. De Vereniging bleek met haar overwegende linkse verleden te hebben gebroken en leek, met een in groeiende mate rechtsgeoriënteerde instelling, een nieuw pad te zijn ingeslagen. De opkomst van disputen met dezelfde insteek als het LDG deed het dispuut haar onderscheidende rol een beetje verliezen. Na jarenlang alleenheerser te zijn geweest op SSR moest Soixante-neuf plotseling plaatsmaken voor andere disputen die, in navolging van het Dispuutsgenot, jasje-dasje de dinsdagavondborrel bezochten. Vanuit de Vereniging ondervond het dispuut bovendien een stevige weerstand. Het aantal dispuutsleden dat actief was in commissies op SSR was reeds geruime tijd dalende. De voor Soixante-neuf zo typerende arrogantie, die ook de nieuwe aanwas van het dispuut zich kundig meester had gemaakt, vond men daarom onterecht. Er klonken geluiden dat Soixante-neuf de Vereniging teveel zou zien als een "faciliteit", waarbij het investeren in SSR als vereniging weinig prioriteit meer zou hebben. Dit gevoel werd nog eens versterkt door een afname in opkomst op de dinsdagavonden die de twee relatief kleine lichtingen van 2009 en 2010 tot gevolg hadden. Ondanks het feit dat de activiteiten die werden georganiseerd nog steeds enig in zijn soort waren (zo ging het Dispuutsgenot in de zomer van 2010 parachutespringen) bleek het dispuut haar prominente rol een beetje te zijn kwijtgeraakt. Gelukkig bleek de lichting van 2010 uit het juiste hout gesneden te zijn, en werd de positie van Soixante-neuf binnen commissies en besturen snel versterkt.

Uit de behoefte om het dispuut jong en actief te houden ontstond, opnieuw, de impuls om een grote nieuwe, maar vooral jonge lichting binnen te halen. Er werd (gedeeltelijk afscheid nemende van een jarenlange gewoonte) besloten een open houding tentoon te spreiden. Het "charmeoffensief" dat hiertoe werd ingezet in de kampweek van 2010 bleek haar vruchten ruimschoots af te werpen. Met het benadrukken van de hechte band, de strakke organisatie en het unieke karakter van het dispuut, waarbij de beminnelijkheid van de individuele leden werd geaccentueerd en aangeraden werd de gemeenschappelijke arrogantie toch vooral met een knipoog te nemen, bleek het Dispuutsgenot een succesformule in handen te hebben. Nog nooit was het aantal aanmeldingen zo hoog. Met maar liefst drieëntwintig aanmeldingen bleek het LDG ongekend populair te zijn. Een prachtige lichting van elf nieuwe leden (van wie enkelen voor het eerst jonger dan het dispuut zelf; een mijlpaal) werd geïnaugureerd. Het in de Club opnemen van deze prominente lichting bleek weinig moeite te kosten. Mogelijk kwam dit mede door het voortvarend Collegium dat – naast menig Clubgenoot aan een alcoholverslaving te helpen – de ene na de andere succesactiviteit organiseerde. Hoogtepunten waren de zonovergoten Ouderdag en de Liftwedstrijd naar Brussel (waardoor voorgoed werd afgerekend met het Brussel-effect). Maar het was vooral het unificerend vermogen van de epische SSR-Lustrumreis naar Berlijn waar de Club nog jarenlang op zou kunnen gaan teren. Het LDG was tijdens deze reis met een overweldigende groep Clubgenoten present en drukte haar stempel voornamelijk door haar eigen weg te gaan.

Tegen het einde van het derde decennium blaakte het LDG van gezondheid. De schatkist van de Club was weer goed gevuld dankzij de contributieverhoging;  Clubgenoten werden sneller dan ooit gemobiliseerd met de nieuwe ClubWhatsapp, Facebookpagina, en Collegiummail. Het externe beleid van partijbaronnen dat de Club al zoveel jaren kenmerkte, floreerde ook in deze tijden. Exemplarisch daarin is de hegemonie in Grotius en Aesculapius besturen. Aan de vooravond van het vierde lustrum werd bovendien als kers op de taart wederom een Clubgenoot Praeses Vereniging. September 2011 werd het uit vier vrouwen bestaand Lustrumcollegium bekendgemaakt. Al deed dit gegeven bij sommige mannen wat stof opwaaien, tot een schisma kwam het gelukkig niet. 

▼ Lees meer..



Periode 2012 - 2017: Uitersten en Uitdaging


De aanmeldingentoestroom van 2010 bleek een incidentele piek te zijn. Toch mocht de Club in 2011 negen aanmeldingen ontvangen. Hiervan werden er januari 2012 slechts vier van geïnaugureerd. Later in het jaar zou blijken dat twee van deze vier de Club al snel vaarwel zouden zeggen. Hoewel het LDG ook de jaren daarvoor met afvallers in de KMT te maken had gehad kwam dit aan als een mokerslag. Oorzaak: een te zware KMT in combinatie met te hoge studiedruk. Dreigende termen als ‘BSA’, ‘nominaal studeren’ en ‘langstudeerboete’, die vanuit Den Haag en faculteiten neerdaalden, beheersen in deze tijden de nieuwsrubrieken, ook in het Leidsche. Op pijnlijke wijze werd duidelijk dat de KMT – die sinds jaar en dag telkens wat professioneler, maar ook zwaarder geworden was – tegen het licht gehouden moest worden. De trend van uitbouwen van de KMT moest een halt worden toegeroepen en er moest meer nagedacht gaan worden over studiebegeleiding. Tijdens de KMT-activiteiten die gehouden zouden worden, zou de focus op de lering moeten komen te liggen. Het Collegium nam direct maatregelen door onder andere Moeder Maria een grotere taak in de (studie)planning en begeleiding te geven.

Dit al ging gepaard met een inactiviteit op de dinsdagavond waar de Club nog steeds mee kampte. Het LDG leek een vrijdagavond-dixodispuut te zijn geworden. Het bemachtigen van een borreltafel werd door deze lage opkomst een lastige exercitie. Ondertussen was aan de verrechtsing van SSR nog geen einde gekomen. Disputen waarvan het Dispuutsgenot eerder nooit iets te vrezen had gehad, gingen zich nu profileren als een soort Soixante-neuf Light. Anderen groeiden simpelweg in aantal, of werden in deze periode opgericht. Het zoeken naar het unique selling point en de juiste profilering bleef een punt van aandacht.

De Club zou echter niet lang in mineur blijven vanwege de kleine lichting, want de viering van een mijlpaal in haar geschiedenis stond voor de deur. Terwijl het Glazen Huis op de Beestenmarkt weer inpakte, werd op de Nieuwjaarsborrel van 2012 het startsein gegeven van het vierde Lustrum van het LDG. Het twintigjarig bestaan van de Club zou dit jaar royaal gevierd gaan worden. Een goed geoliede machine van Lustrumcommissies was al een jaar eerder in werking gezet. Als eerste kon in maart de Lustrumfeestweek losbarsten. Een week waarin nog maar weer eens bevestigd werd dat de titel Clubje 1 het LDG meer dan toekomt. Hoogtepunten waren het viergangendiner voor de gehele Vereniging, de Speurvival, en het Champagne-Showers-Feest, waarop de poepel uiteraard rijkelijk vloeide. In mei volgde een Lustrumgala dat zijn weerga niet zou kennen (al was het alleen maar omdat het de Club op het randje van de financiële afgrond bracht). De Luxueuze locatie in de vorm van het paleis Huis de Voorst – voorzien van een slotgracht om knorren, arbeiders en links pluis buiten te houden – vormde het decor voor dit toppunt van decadentie en stijl. Een verrassing dit Lustrumjaar was de ongekend succesvolle Reünistenavond in september. Vriend en vijand werden verrast toen de Autonome Commissie een Comité aanwees ter organisatie hiervan. De sociëteit was gevuld met 75 Soixante-neufers van uiteenlopende generaties. De vele reünisten konden met genoegen en/of ontsteltenis zien wat er van ‘hun’ Dispuutsgenot geworden was. Het Lustrumspaarplan betaalde zich ook in november 2012 rijkelijk uit, toen de Lustrumreis naar Cuba werd gehouden. De reis overtrof ieders stoutste verwachtingen. De meerjarenplannen van de Cubaanse staat werden volledig verstoord toen de Club de gehele sigarenvoorraad van een plaatselijke boer opkocht. Voorzien van de met zwemkleding, Lustrumtruien, en badhanddoeken wederom uitgebreide Soixante-neuf kledinglijn, werd er gezwommen, gedanst en cocktails gedronken.

Met het Lustrumjaar nog in volle gang, werd in de kampweek van 2012 ondertussen de open houding en zichtbare knipoog naar de eerstejaars met succes voortgezet. Het Lustrumcollegium droeg met een mooie stand van elf aanmeldingen het stokje aan het nieuwe Collegium over. Zeven eerstejaars werden uiteindelijk ingestemd en alle zeven van deze Lichting 2013 werden geïnaugureerd. Voor het eerst sinds jaren geen afvallers in de KMT! De weg omhoog was weer gevonden. Toepasselijk dat het LDG juist in deze periode met een groot artikel (rubriek ‘Het Clubje’) in de Mare prijkte. De LDG zo kenmerkende arrogantie die hierin werd tentoongespreid deed menig Leidse student versteld doen staan. Een post-lustrum-dip bleef gelukkig uit. Al leken de jaarlijks terugkerende activiteiten na zo’n illuster Lustrumjaar minder spectaculair; er werd ultiem genoten, gegolfd, gelubd, gegokt, wijn geproefd, gebrokt, vergaderd, gezongen, gestreept, hutspot gegeten, spoelbakgedoken, ingedikt, opgelijnd en vermaakt. Voor de vijfde maal werd tijdens de Open Activiteitenperiode de Cocktailworkshop bij Dok2 gehouden en tijdens het Kerstdiner zorgde een Senaatswissel voor de nodige opschudding. Ook werd er dit jaar weer een liftwedstrijd georganiseerd, dit keer met als eindbestemming Dortmund.

Tijdens de EL CID van 2013 haalde SSR maar liefst een lichting van 230 eerstejaars binnen. Een recordlichting. Kwantiteit zegt uiteraard niet alles, maar gelukkig bleek het LDG hier ook genoeg hipo’s uit te kunnen vissen. Negen eerstejaars kozen ervoor geen dinges te willen blijven. Een zeer beloftevolle lichting van acht werd uiteindelijk geïnaugureerd. Om een tweede stemronde voor enkele disputen mogelijk te maken werd door de Vereniging eerder in het jaar al besloten de stemmingsavonden van alle disputen gelijk te trekken en naar voren te schuiven. Vertrekkend en aankomend Collegium hebben daarom de Gesloten Activiteitenperiode moeten verkorten en de traditierijke KMT hier en daar opnieuw moeten vormgeven. Vaste onderdelen als Kerstdiner en Nieuwjaarsborrel werden Diesdiner en Najaarsborrel; wat even wennen was voor de Clubgenoten. Niettemin werd met 42 aanwezige Clubgenoten het Diesdiner het best bezochte diner sinds jaren. Door de opgeschoven KMT werd de nieuwe lichting zelfs al voor de Kerst geïnaugureerd, waardoor er twee ‘Lichtingen 2013’ zouden zijn. Het tweeëntwintigste Collegium, bestaande uit drie ervaren en capabele vierdejaars, bood ook na de KMT precies wat het LDG nodig had. Vol energie introduceerden zij de Vriendjes-Van-Vroeger-dag en het Soixante-neuf Symposium. Ook werd er een tweede weekend in Antwerpen georganiseerd: na jaren weer een tweede weekend buiten de landsgrenzen. Dat jaar leverde het LDG bestuursleden aan SSR voor Quaestor Vereniging en Assessor Acquisitie & Reünisten. De prominentie van het Dispuut was hierdoor en dankzij de vele Clubgenoten in prominente SSR commissies weer goed hervonden.

Collegejaar 2014-2015 ging van start met een treurige noot: de club had de vertrouwde locatie voor de cocktailworkshop kapot geborreld. Gelukkig schoot een uiterst capabele clubgenoot te hulp en werd er een workshop georganiseerd die zijn weerga niet kende. De lubmachine draaide weer op volle toeren en een lichting van 11 maagden ging vol bravoure de KMT in, waarvan 9 de eindstreep haalden en zich Clubgenoot mochten noemen. Collegium Fine Fleur! gaf het LDG na de KMT geen rust en overspoelde de club met activiteiten als een themadiner, een tweede clubweekend en een vakantie naar Rome. Ondertussen was het L.H.G.S.M. alweer toe aan het vierde lustrum. Jonge Heeren en Heeren van het eerste uur versterkten de broederband op de schietbaan en lieten de jenever rijkelijk vloeien tijdens het diner. Deze dag bevestigde nog maar eens dat Soixante-neuf een hechte club is waar ook oudere leden zich nog steeds mee verbonden voelen. Dit bleek ook uit het feit dat een delegatie afgestudeerde Clubgenoten zich vestigde in een gezamenlijke residentie te Den Haag.

Het ging goed met de Club en dat kon iedereen merken. MdQC besloot in al zijn wijsheid om het maandelijks weggeven van gratis bier officieel Clubbeleid te maken, de Club kreeg 10 nieuwe leden erbij, SV vierde haar vierde lustrum en het L.H.G. S.M. hield een 21-diner. Ook op het lustrum van SSR werd een rood-blauwe stempel gedrukt door de passie, inzet en commitment van twee Clubgenoten. Prachtige activiteiten werden georganiseerd, waarvan zeker de lustrumreis naar Budapest het vermelden waard is. Van de 69 (!) SSR leden die meegingen, was 1/3 Clubgenoot. Het bewees maar weer eens zien dat als je als SSR lid actief en prominent wilt zijn, je bij het LDG op de juiste plaats bent.

▼ Lees meer..



Periode 2017 - Heden: Reflectie en Ambitie


In 2017 ontving het LDG haar Lustrumlichting bestaande uit tien Clubgenoten, lichting Formidabel!, Met wel-gepaste trots ging het L.D.G. Soixante-neuf haar vijfde Lustrum in met thema ‘Savoir Vivre!’. Al 25 jaar is het LDG de kapitein van het borrelschip en met derwijze geschiedenis en prominente aanwezigheid, geeft de Club een voorbeeld aan het linkse samenraapsel dat SSR opvult. Het Lustrum ving aan met het Lustrumgala te Slot Borg Nienoord. Ver afgezonderd van de knorren en onder het genot van een acht gangen diner en ongelimiteerde wijn, hielden de Clubgenoten memorabele speeches en vierden het Lustrum tot de ochtenddauw op de oprijlaan al verschenen was. Oprichter CG Van Mazijk was aanwezig met rechterhand CG Van der Varst waarin verhalen werden verteld over het vroegere en het huidige waarin Clubgenoten van verschillende generaties werden verbonden. De quote van CG Van Leeuwen sprak voor zich: “Ik zie mensen die hun hoogtepunt in hun studententijd hebben beleefd in de jaren negentig en ik zie mensen die in de jaren negentig hun geboorte als hoogtepunt hebben beleefd.” Het diner was nog niet afgelopen en de photoshoot ging van start, al was het puzzelen om de 79 aanwezige Clubgenoten op beeld te krijgen. De avond werd voortgezet onder het genot van een live Jazz-band, sigaren uit Cuba, varia van sterkedrank, uitstekende dixo en vermaak.

Mettertijd bloeide het Dispuut op: ze was volop aanwezig op de borrel en iedere dinsdagavond werd een tafel bemachtigd.

Deze streak werd natuurlijk voorgezet in de Lustrumfeestweek. De week werd geopend met een lustrumborrel waar de Lustrumcommissie kristallen gegraveerde pitchers schonk aan de Club. Op de Dominante Dinsdagborrel zag de Kelderbar blauw, rood en goud. Er waren zoveel Clubgenoten aanwezig dat geen enkel ander dispuut meer in de Kelderbar paste en de bar de vraag naar drank maar met moeite kon bevredigen. De kater werd op woensdag wat verzacht met een Croissante-neuf lunch in het Plantsoen waarna in de avond de Leidse rederij de Club voorzag van een borrelboot en geschiedenis van de mooiste studentenstad van Nederland. De Wijnproeverij op donderdag werd georganiseerd door CG Gall wie zorgde dat de nullijn niet werd gezien en vrijdag werd de Van Wijckzaal bevolkt door meer dan 40 Clubgenoten op het Lustrumeindfeest.

Niet alleen werd in 2017 de verjaardag van de Club gevierd, ook SV vierde haar 21e verjaardag met een uitgebreid diner waarop oude liederen werden gezongen maar ook een nieuw SV-lied werd gepresenteerd. Het traditiegetrouwe GDA ‘Welkom op de trein naar Torrenland’ werd weer uitgespeeld door een tocht door het land.

Na een intermezzo werd het Lustrum voortgezet met het Lustrumweekend waarin een terugblik werd gedaan op de afgelopen vijf jaar. De reünistendag was een groot succes: meer dan 80 Clubgenoten haalden herinneringen op en vierden de successen van 25 jaar L.D.G. Soixante-neuf. Er werd gereflecteerd, geïntegreerd en geëxtrapoleerd, al op één avond.

Het Lustrum werd gecompleteerd met de Lustrumreis naar Indonesië naar de eilanden Bali, Lombok en Gili Trawangan. Het Indonesische bier werd op de proef gesteld en naast de Clubgenoten werd ook koraal en zeeschildpadden gespot. Memorabel was de beklimming van de vulkaan Rinjani. Men dacht dat het punt van uitersten in de KMT lag, deze is echter gevonden bij het kratermeer van de Rinjani. Uber was niet meer bereikbaar, zelfs de dragers gingen niet in op een riant aanbod om naast de tenten en het eten ook de Clubgenoten naar boven te tillen.

Na een intensief Lustrumjaar bevond het LDG zich opnieuw een dip. Twaalf eerstejaars meldde zich aan in 2018, maar drie fantastische Clubgenoten haalden uiteindelijk de eindstreep als lichting Extravagant! Het bleek maar weer, kwaliteit gaat over kwantiteit. Onder leiding van Collegium Briljant! werd de Club voortgetrokken om een stabilisatie-jaar in te gaan. De opkomst bleek lager dan in het Lustrumjaar, Clubgenoten wilden niet alleen meer excelleren op de borrelvloer maar ook op studie- en werkgebied. Dat hield de Club niet tegen om te blijven borrelen en epische activiteiten te organiseren zoals het tweede Clubweekend in Eindhoven, een sportieve dag waar pieken werden bezocht die hoger waren dan de Rinjani, werd er even teruggeblikt op 25 jaar LDG met de uitreiking van de Almanak en de eerste Knorrendag werd georganiseerd. Een hervorming van de borrel/werkbalans had succesvol plaats genomen. Zogezegd werd het begrip Prominent in Leids Studentenleven geherdefinieerd.

Het jaar 2018 staat in teken van reflectie en stabilisatie. Deze progressieve stroming begon voor het eerst de selectie van een vrouw in de opleidingscommissie kwam. Het nieuwe pand van SSR werd meer realiteit dan fictie, ergo een nieuwe prominente plek voor de deur en borrelpositie van het LDG werd bepaald. Een financieel plan voor het overschot op de Clubrekening werd opgesteld. Zoals U het juist leest, een vijf-jaren plan is voor ons niet van toepassing, geld moet immers rollen.

De progressieve stroming ontwikkelde zich nog verder naar de KMT van het LDG. Door de veranderende publieke opinie, verscherpte regels en de vooruitstrevende en kritische houding die het LDG zo typeert, werd de KMT onder de loep gelegd. Zonder in te leveren op de tradities en waarden die de Club zo dierbaar zijn, werd er een nieuwe weg ingeslagen om vervolgens te kunnen excelleren naar een moderne Club met een moderne opleiding voor de eerstejaars. Zo zal het L.D.G. Soixante-neuf telkens weer Clubje 1 van Leiden kunnen zijn en blijven.

▼ Lees meer..